Donderdag 6 december: pakijs, zee, pakijs, zee... de ‘screaming sixties’
Wij dachten dat we vanaf nu tot aan onze bestemming tussen het ijs zouden doorbrengen, maar rond middernacht komt ons schip weer in ijsvrij water en vanaf 3.30 uur kan ik weer tellen. De verrassing van de dag komt rond vijf uur, wanneer een zuidelijke butskop (die met de tandwalvissen verwant is) op ongeveer twintig meter van het schip opduikt. Het loont toch de moeite vroeg op te staan! Na een tijd is het pakijs er weer en neemt het aantal vogelsoorten af. Er zijn alleen nog Antarctische prions, twee stormvogels en nu en dan noordse sternen (inderdaad noords, die van bij ons!) die razendsnel naar het zuiden vliegen. De witkinstormvogel neemt rond negen uur afscheid. Veel zoogdieren zijn er ook niet: slechts krabbeneters in ijsgebieden en sinds vanmorgen geen enkele walvisachtige, wat veel minder is dan verwacht. Misschien zitten ze nog meer naar het zuiden?
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen