Vrijdag 7 december: pakijs, pakijs, pakijs
Sinds gisteravond varen we voortdurend door het ‘pannenkoekenijs’. Hier liggen inderdaad eindeloos veel ‘ijspannekoeken’ tegen elkaar. Zonder enig probleem kruist het schip deze ijsschollen, tot hij vanmorgen plotseling stilvalt. Er is een drijfriem losgekomen of gebroken. Op dat ogenblik zie ik een Wilsonstormvogeltje het zog volgen. Zachtjesaan drijft de boot af en ontstaat een winderige open wateroppervlakte. De 35 Antarctische stormvogels die ons volgen, strijken op de oevers van dit oppervlak neer en krijgen het bezoek van drie nieuwsgierige kletsende Adéliepinguïns. Zij komen dichter bij de boot, maar ook niet al te dicht! Op een verre ijsberg zitten er nog honderd. Een onvolwassen keizerspinguïn komt ook dichterbij. Het is alsof alle pinguïns uit de buurt dit dikke beest komen bekijken dat tussen het ijs ligt te drijven. Het doet denken aan de woestijn in Marokko, waar, als je vijf minuten stilstaat, ook nieuwsgierigen uit het niets opduiken.De boot wordt hersteld en vertrekt langzaam in het pakijs. Het ijs wordt steeds compacter. De Papanin breekt met moeite door de grote schotsen en raakt slechts traag vooruit. De rest van de dat zien we, naast pinguïns, stormvogels en noordse sternen, alleen in de verte enkele krabbeneters op het ijs. De zon gaat pas rond 23.30 uur onder en komt dan onmiddellijk weer op. We zijn nog niet bij de poolcirkel, maar het is bijna zomerzonnewende.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten