Zondag 9 december: het nevelige continent en aankomst bij ‘Five East’
In de vroege morgen maakt de mist het land onzichtbaar, maar rond negen uur schijnt de zon. Verre ijskliffen rijzen boven een bevroren zee. Van de kliffen kalven veel tafelijsbergen af, die langzaam naar het open water dobberen. Op het ijs rusten krabbeneters en soms enkele keizerspinguïns. Aan de voet van de reusachtige ijsbergen zitten groepen Antarctische stormvogels en sneeuwstormvogels . Rond de boot cirkelen Wilsonstormvogeltjes, grijze stormvogels en zuidelijke reuzenstormvogels. Maar geen walvissen in zicht: waarschijnlijk zijn ze in deze open zee en bij deze harde wind minder goed waarneembaar. We komen in een min of meer gesmolten ijsmassa, waarin het schip moeilijk vooruitkomt. Na een drietal vruchteloze pogingen en twee uur heen-en-weergeschuif beslist de kapitein een ietwat noordelijker doorgang te proberen. Vanavond geraken we niet meer tot bij ‘Five East’. Al dat gedoe in het ijs trekt vlug nieuwsgierige dieren aan en drie zuidpooljagers cirkelen rondom ons om te zien of er niets te verdienen valt.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten