Maandag 10 december: Five East steeds moeilijker bereikbaar?
Het schip vaart langzaam door het pakijs en blijft vaak in de ijsmassa steken. De Papanin vaart dan enkele honderden meters achteruit en gaat zo één of twee maal tegen de hindernis aan. Er zijn bijna geen dieren meer en het gaat bovendien om steeds dezelfde soorten: krabbeneter, Antarctische stormvogel, sneeuwstormvogel, met soms een keizerspinguïn of een noordse stern. We laten de moed niet zakken, want we hopen op een orka of een zeeluipaard. We zien op het ijs in de zee een slapende rob: het is onze eerste Weddellzeehond. Er is ook een groepje keizerspinguïns en een grotere groep Adéliepinguïns.
De Papanin heeft tijd nodig om aan te meren. Enkele zeelui gaan in een bootje aan land en slaan stevige palen in het ijs. Het schip komt weer dichterbij en de trossen worden uitgegooid, maar het lukt maar na drie maal. Rond 22 uur ligt het schip aan wal. We krijgen een kleine uiteenzetting over de veiligheidsmaatregelen en over hoe we het materieel van de Noren aan land moeten brengen. Met een tiental maken we een wandeling van twee uur om de pinguïns van dichtbij te bekijken. Het is werkelijk grappig hoe de Adéliepinguïns komen worden aangewaggeld. Ze zijn nieuwsgierig maar niet overmoedig. Als we op de grond liggen, komen ze tot twee meter nabij. De vogels op de eerste rij krijgen een duwtje van de tweede rij, waartegen ze krachtig protesteren. De keizerspinguïns zijn rustiger en niet zo nieuwsgierig, maar we kunnen ook vanaf enkele meters toekijken zonder ze te storen. We nemen een kijkje bij een rob die er voor dood bij ligt, maar hij ademt en wordt uiteindelijk wakker. In het zijige schijnsel van de middernachtzon is dit uitstapje één van de gebeurtenissen van deze reis die ons het langst zal bijblijven.
Abonneren op:
Reacties plaatsen (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie plaatsen